42 Seconden in het hoofd van een man op een balkon

Het donker zien worden. Luisteren hoe de wereld nooit stopt. De buurman die de avond aan scherven schreeuwt, iets met een hond, hij heeft er zeven.
Een aimabele man met borstelige wenkbrauwen en dito vriendin.
Het beton laat traag de warmte van de dag los, als je goed luistert hoor je de lucht erboven vibreren.
De vogels zijn zich van geen avond bewust. Dat fluit wel door, het gebroed, het kent hemel noch hel, het heeft niets te vrezen.
Je steekt een sigaret op maar je ogen kan ik niet zien. Dat is om het even, ik ken het gitzwarte parelen. Hoe je de diepte in kunt kijken. Hoe je ermee te verlangen weet en dat ik dat nooit, nooit niét zien kan al gaan de jaren steeds sneller en korter.
Het wegkijken als ik weer eens te bars iemand buiten mijzelf moest zijn.
En het volledige vergeven.
Er wordt niet gesproken, zo hebben we ons het liefst, in een oogopslag of aanraking, een hand op de juiste plek.
We drinken en we roken de uren stuk, we klinken de glazen. Elk glas kan het laatste zijn en ook dat is mooi om te weten, al probeer ik het elke keer tegen beter weten in te bezweren met een luidkeels “100 jaar.”
“En drie dagen“, zeg ik dan nog, „voor het afscheidsfeest.”
Elk bot in mij houdt van jou, ik ben been en bloed, de angst houdt mijn vlees bijeen met wassen vingers. En jij…jij…
Ik zeg dat nu niet, wil niets in de rede vallen en zeker de stilte niet.
Vanuit de verte stijgt de nacht op, gitzwart als je pupillen. En dan kijken we naar die ene ster waarvan we ons wijs maken dat niemand anders hem zien kan en misschien is dat ook wel zo. Misschien leeft alles parallel in een totaal andere beleving.
De hond is stil nu, alsof ook hij zijn eigen equilibrium in dit geheel gevonden heeft, of gewoon omdat hij bang is, net als ieder ander mens.
Al lachen we vaker dan goed voor ons is.
Een trein geeft zo’n zootje, schreef de zoon van Bertje Toonen op zijn laatste briefje en sprong 8 hoog van een flat af. Zijn moeder zag hem vallen. Bertje ging een paar jaar later, hij kon niet meer van de crack afblijven.
Alles vergaat zou je bijna denken, maar niets is minder waar, alles ontstaat. Een eeuwigdurende fucked-up herhaling, no time-outs, net zoals de wereld nooit stopt
Of zodat de wereld nooit stopt, ik weet het niet.
Ik weet steeds minder tot ik niets meer weet.
Maar eindelijk hoor ik de lucht boven het beton vibreren dat zelfs de vogels even zwijgen.