Bundels

“Neem dit brood”
Gonzo over “Neem dit brood”
Neem dit Brood - Dit is mijn lichaam: cru tot op het bot
Deze vierde bundel van de hand van podiumslammer Gijs Ter Haar werd op 9 april 2006 door literaire uitgeverij Douane gepresenteerd met verschillende muzikanten ter illustratie van het gebeuren. Dit boekje bevat enkele heel sterke teksten, waarvan sommige eveneens met de bijhorende whambamslam muziek door Jurtko, Monk & Morningstar, en Bomb-shelter op cd zijn gezet.
Het is een boeiend samenspel dat een aparte invalshoek biedt op het fenomeen Gijs Ter Haar. De ondertussen 43-jarige duizendpoot heeft na veel omzwervingen nu duidelijk zijn roeping gevonden. Met hart en ziel brengt hij zijn teksten tot in de eigen huiskamer in klare en duidelijke taal. Na heel wat literaire prijzen in de wacht gesleept te hebben, geeft hij ook deze keer niet op in het voorstellen van zijn dagdagelijkse innerlijke beslommeringen. Hij brengt rechttoe rechtaan wat hij denkt, voelt, beleeft, en steekt niks onder stoelen of banken. Zijn teksten zijn te nemen zoals ze komen, of anders kan je ophoepelen. Hij speelt deze mentaliteit met verve uit en hij komt er ook nog mee weg. Dit is een dichter met een zeldzame, niet eerder geziene, eerlijkheid, cru, tot op het bot en toch oneindig zacht. Ter Haar lijkt een ruwe bolster met een blanke pit, een vechter voor eigengereide principes, maar ook iemand die stiekem een potje meehuilt als Bambi’s moeder doodgaat. Wie eigenzinnige, krachtige en ontluisterende poëzie wil lezen, is dit je kans. Wil je over een sterk stukje leven vernemen, is dit je bundel. Ter Haar sleurt de lezer mee in zijn eigen enthousiasme en die lezer wil alleen maar meer. De duidelijke taal laat er geen gras over groeien, er is al genoeg geslijm in deze wereld vindt Ter Haar. Wie één dichtbundel leest per jaar, laat het dan maar deze parel zijn.
door Alexandra Vermote
Gonzo (circus) #78
Tweemaandelijks onafhankelijk toonAFgevend tijdschrift over vernieuwende muziek en cultuur
NIEUW: www.gonzocircus.com
Pom Wolff bespreekt “Neem dit brood”
Pom Wolff bespreekt NEEM DIT BROOD van GIJS TER HAARHee goser - Dat is de begroeting meestal bij de optredens en de slams waar ik de dichter Gijs ter Haar vaak trof. Zo zal het ook weer klinken later dit jaar. Kan ik onbevangen schrijven over de bundel? Ja dan kan ik. Ik hoor de slammer, de slamkampioen soms door de teksten heen – maar de bundel nu voor me – toch heel anders. Ik kan ook over vriendjes schrijven en schrijf ze het graf in als dat moet. Daar is het goed toeven blijkbaar, je hoort ze daar nooit klagen.
Fundamenteel anders: de bundel is hier betekenisdragend element in een communicatie tussen zender en mij als ontvanger, de lezer. In de slams wordt de bundel vervangen door de slammer, we krijgen per stem een betekenis voorgeschoteld, waarschijnlijk de bedoelde betekenis, maar daarin ligt dan ook meteen de beperking van de slam en van het voorlezen, van het performen in zijn geval.De bundel is voorzien van een CD met teksten en muziek die ik hier niet bespreek en de bundel is
getekend met een aanbeveling van de meester – Simon Vinkenoog – die de mens Gijs ter Haar aanbeveelt, ook het podiumbeest en ook – en dat voor hier zijn gedichten. Ik wil het advies niet klakkeloos volgen. Ik wil lezen.NEEM DIT BROOD – DIT IS MIJN LICHAAM luidt de volle titel – een opdracht in enkelvoud die de bundel dekt. Misschien is de titel elliptisch van aard en staat er : IK NEEM DIT BROOD.
Alleen die zeker weten, die zeggen dat het zo zal zijn, die vallen af.
Al wil je niet je moet wel, deze zwarte doos met liefde, leven en met leed waarin god rot. Ik probeer maar eens voorzichtig een label te plakken op NEEM DIT BROOD. We lezen de gedichten in witte letters tegen een zwarte achtergrond. Pagina-aanduiding en elke pagina een eigen tattoo van de avantgarde allemaal. Ik ben geen vormgever, geen verstand van. Een blackbox met Poëzie, onmiskenbaar spat het. Het eerste deel met 35 bladzijden “gedichten”, in het tweede deel 19 “sonnetten” als ik goed geteld heb.De gedichten bij elkaar in deel een – een verhaal. Ik houd het bij de opdracht – NEEM DIT BROOD – de kerkelijke verwijzing laat ik voor wat het is. Wat opvalt is de ik. Heel veel ik. Deze ik davert door de dagen, door de steden, door het land. Deze ik is aan het infuus met alleen maar poëzie daarin – hoeveel poëzie kan een mens verdragen. Deze ik wil alles en door alles heen voor alles poëzie. Deze ik zoekt vrijheid – “vrijheid in het woord”.
En deze ik wil liefde, is monogaam – hier staat god buiten, ook de dominee die zijn broek ophijst – die twee – hun liefde was er al voordat god kon toeslaan, bestond. We lezen liefdesgedichten. Zij mag er zijn. Zij is er. Zij neemt hem. Hij neemt haar. En zij neemt hem voor lief. Hij haar. Zij zal het weten. En de dichter draagt dit uit:
‘Stel dat je net dat éne vindt,
Kun je dan nog sterven vriend?’
Al wil je niet je moet wel, deze zwarte doos met liefde… dat schreef ik. Deze ik in deze liefde is onontkoombaar van de liefde.
En deze ik raast door een wereld die niet van de dichter is, een wereld die en passant genadeloos aangepakt wordt:
“Wees welkom in mijn triest Walhalla,
dit waanidee van welvaartsstaat
waar alle zin verloren gaat.”
In hetzelfde gedicht “wezens van waanzin” de troost:
“En dat er tóch
poëten waren, meer poëten
dan soldaten.”
In deze wereld is nauwelijks te leven lijkt de boodschap maar hoe moet dat dan met haar. Harder dan de aarde draaien kan dendert de dichter door in taal om de “voortrollende bal” te bezweren in de wetenschap dat de poëzie “altijd onvolledig” is, zal zijn: zie daar de verklaring voor de extreme onrust – er is geen ademhalen bij bij Gijs.
En dit alles nog eens over maar dan gestileerd in de 19 sonnetten. Ook daarin ZIJ, ook daarin GOD en ook daarin deze WERELD die anders moet, die in wezen liefdeloos is omdat de liefde – op dat eeuwige moment na – steeds maar poëzie behoeft. We moeten steeds maar aan het infuus om de liefde te kunnen laten leven, lijkt de dichter ons toe te schreeuwen en gooit zichzelf in de strijd met zijn hele lichaam. Ik citeer uit het gedicht “constante factor”:
“Dat enkel dat van waarde blijft,
geen eeuwigheid zo diep beklijft
als het moment dat nu gebeurt
en langzaam weer verdwijnt.”
En al moet hij me opvreten tijdens een slam, ik zal het weten – ik weet het goser. Simon Vinkenoog heeft gelijk - ..”Gijs ter Haar, die ik beschouw als een der meest persoonlijke dichters……” forever goser liefde. Dat zij mag bestaan. De rest vullis.
POM CIJFERT: 8
Simon Vinkenoog over “Neem dit brood”
Ruig is-ie, in voorkomen en doen en laten: maar wat een tedere borst, wat een vermogen om het meest alledaagse te plaatsen naast het meest sublieme! Stemverheffend, fluisterend, springend, kruipend – geen dichter zo beweeglijk binnen en buiten zijn verzen als Gijs ter Haar, die ik beschouw als een der meest persoonlijke dichters op het podium…en op straat!
En op papier dus, om mee te beleven, om na te gaan, om te horen en te zien hoe een dichter zich afvraagt, wat dat is, poëzie?
Dat de vonken er blijven afspatten, dat alles gezegd moge worden – zoals de dichter dat wil! Hij rechtvaardigt zijn bestaan, voor iedereen. Hem zij geluk gewenst.
Simon Vinkenoog, Amsterdam, december 2005
Neem dit brood
Begin april 2006 is onder de hoede van uitgeverij Douane mijn 4-de bundel verschenen, “Neem dit brood”.
64 Blz, bij de bundel een CD, 48 minuten poëzie muzikaal ondersteund door Jurtko Moerbeek, Bomb Shelter, Ramon “Monk” van der Rassel en Erik “Morningstar” Rodenburg.
De bundel is prachtig vormgegeven door De Zaak Besteman uit Klaaswaal.
De prijs is € 12,50 + € 2,- verzendkosten en is bij mij te bestellen. Voor grotere bestellingen: Douane
Kijk en luister voor een kleine selectie op My Space
N-joy
Derde bundel - Op klompen
Op klompen verschijnt november 2001 in eigen beheer. Er zijn 300 bundels van verkocht. De bundel is niet meer te koop.
Tweede bundel - Licht op oude muren
Licht op oude muren verschijnt 1998 in eigen beheer in een oplage van 150 stuks. Eind 1999 komt er een tweede druk á 150 stuks uit. De bundel is uitverkocht en niet meer te koop.
Eerste bundel - Underdog poet
Underdog poet verschijnt in 1996 in eigen beheer in een oplage van 150 stuks. Binnen een jaar komt de tweede druk á 150 stuks uit. De bundel is uitverkocht en niet meer te koop.
