BEER - 10 augustus 1997 - 30 december 2009
Thursday, December 31st, 2009Beertje is dood. Ik ben gisterochtend het laatste stukje met hem naar de dierenarts gelopen, de praktijk zit 100 meter achter mijn huis. Toen ik daar heen liep leek het opeens weer mee te vallen, hij liep niet langzaam of zo, hij liep meestal nog wel graag een stukje met me al ging het niet zo best meer. Nu leek hij opeens weer heel vief.
Beertje had artrose in allebei zijn knieën, rechts het meest. Daar waren we een half jaartje geleden achter gekomen. Hij zakte af en toe door zijn achterpoten en ik dacht eerst dat hij wat in zijn kop had of een tumor in zijn ruggenmerg, zoiets. Maar niets van dat, hij had gewoon oude mannen knieën, verder was hij kerngezond. Wat op zich al bijzonder is voor zo’n grote hond op die leeftijd. We kregen pijnstillers mee, maar als hij dan een pijnstiller op had en niks voelde dacht Beertje dat hij weer 3 was en sprong de deur uit om uiteraard subiet door zijn poten te gaan wat de zaak alleen maar verslechterde.
Ik kreeg Beertje bijna 10 jaar geleden in maart 2000. Ik hoorde van een maatje dat iemand die hij kende een hond had die naar het asiel moest en omdat hij wist dat ik na het afwerken van wat laatste stukjes verleden het idee geopperd had een hond uit het asiel te halen wees hij me hier op. Ik ging kijken en het eerste wat me bijbleef is dat ik meteen onder de haren zat en die ongelofelijk grote hond tussen mijn knieën, helemaal blij. De “dame” van wie hij was kon niet snel genoeg van hem afkomen, zoveel was duidelijk, hij was er slecht aan toe. Ik kon die hond niet daar laten en heb hem stukje bij beetje weer opgelapt tot de hond die hij geworden is.
Ik heb Beertje toen ik daar weg liep 100 meter aan de riem gehad, ik heb de riem af gedaan en die hond is nooit meer een stap van mijn zijde geweken. Ik heb nog nooit zo’n hond gekend, zo’n lieve lieve lieve hond. Ik kwam thuis met die hond en mijn ex waar ik toen nog mee was schrok zich het apezuur. Haar deed ik een tijdje later weg, de hond hield ik.
Beertje ging overal mee heen, op de achterbank van mijn 18 jaar oude Opel Corsa. Naar de Beachpop bij Woodstock op Bloemendaal, het strand vond hij helemaal geweldig, dat was heaven, ik dansen en hij in het zand ravotten. Mijn tijd in de Krankeledenstraat in Amersfoort, altijd naast me in de stad, een kinderschoentje dat hij ergens gevonden had in zijn grote bek altijd aanleiding voor lachende of ontzette gezichten. Hij was bij mij toen ik de teringzooi in Amersfoort achter me liet en in een caravan in het bos in Voorthuizen woonde. Hij was erbij toen ik Regina ten huwelijk vroeg. Hij was erbij in Festina Lente in 2003 toen ik de voorronde won en later de Publieksprijs in de jaarfinale, en waar hij elke keer Vinkenoog wist in te pakken. “Heeft-ie wel water, Gijs?” Ja, Simon, weet je toch. Op Fort de Hel waar ik Diana Ozon uit de slotgracht bevrijdde en Beertje, zo bleek de volgende ochtend toen we naast mijn tentje zijn stapel takken zagen die hij altijd graag verzamelde, haar paraplu had gered. En als je bang was voor honden hielp die hond je er van af, zo groot en dan zo onwerelds lief, die hond is eigenlijk geen hond zei ik dan, het is eigenlijk een konijn gevangen in een hondenlichaam, maar daar zijn nog geen operaties voor. Die hond deed alles wat ik zei, die hond verstond Nederlands.
Beer schikte zich altijd in zijn lot. Nadat hij mij eerst voor zich alleen had kwam Regina er dus opeens bij. Op zich was dat prima want in ons houten huisje in Driedorp heeft Beer de tijd van zijn leven gehad. ’s Ochtends deed ik hem los en dan was hij verdwenen, met de honden van aanliggende boerderijen en de manege pal naast ons, het bos in. Zag je ze ’s middags weer verschijnen. Onder de modder met de tong op de grond. Toen Sjef geboren werd en ik met Regina en Sjef thuis kwam stak Beer zijn kop in de maxi-cosy en begroette ons nieuwe familielid. Zijn kop was groter dan Sjef toen was. Maar vanaf het begin heeft Beer geweten dat Sjef ons kind was en zich daarna gedragen. Toen we naar Bunschoten verhuisd zijn was het voorbij met de grote vrijheid, hij kon niet meer zomaar een paar uur weg het bos in, ik had minder tijd want er moest kaas op brood. Maar altijd bleef Beertje een trouwe blije hond, met een balletje kon hij zich uren in zijn eentje vermaken, meer dan dat balletje had hij feitelijk niet nodig om volledig gelukkig te zijn. En dat is tot de laatste dag zo gebleven. De laatste 2 jaar kwam Goos de kat er dan ook nog bij, waarmee hij dikke maatjes werd, dat was wel mooi voor Beertje. Goos sliep liever bij Beer dan bij ons en als we Beer uitlieten liep de kat als hij even in de buurt was steevast mee.
In zijn kop zat alles nog goed, als hij een goede dag had zag je altijd weer die uitgelaten levensvreugde in zijn ogen verschijnen. Maar zijn achterlijf deed hem te veel pijn. De laatste paar weken ging het hard achteruit, Beertje ging elke dag wel een paar keer door zijn hoeven. Lag hij met zijn poten uitgestrekt al piepend van de pijn hulpeloos te wezen tot iemand hem omhoog tilde. Gisternacht stond hij om 04.00 uur overeind in de gang, hijgend van de pijn, zelfs zitten en liggen begon hem pijn te doen, lag hij steeds aan zijn knieën te knauwen. Overeind komen ging ook al bijna niet meer. Ik had het een paar weken uitgesteld maar gisteren heb ik de knoop doorgehakt. We zijn ons laatste stukje gelopen. Het arme beest had geen idee maar wat was het klote om die 100 meter met hem daarheen te lopen. De arts kon alleen maar beamen dat hij heel veel pijn had. Ze kon nog wat spierversterkends in zijn poten spuiten, maar dan zou ik daar 3 weken later weer staan, zei ze. We hebben het meteen gedaan.
Ik hield Beertje zijn kop in mijn handen toen hij de slaapprik in zijn achterpoot kreeg. Hou hem maar goed vast, zei de arts, deze doet altijd wel zeer. Beertje gaf geen kik, hij keek me vol vertrouwen recht in mijn ogen aan. Die hond vertrouwde me volledig en ik hem. Een paar minuten later is hij onder mijn handen in slaap gevallen. De laatste prik deed het niet meteen, niks mis met zijn hart want die laatste adem kwam maar niet, ze moest er nog wat bij spuiten . Toen zuchtte hij nog 2 keer. Zoals hij dat thuis ook deed als hij intens tevreden was. Raar is dat, dat er opeens alleen nog maar dood is. Het was een klotedag.
Vanochtend toen ik naar de auto liep zag ik zijn laatste pootafdrukken in het beetje sneeuw dat gisterochtend heel vroeg nog gevallen was. Morgen begint het nieuwe jaar en de sneeuw zal verdwijnen met die laatste paar voetstappen van de liefste hond van de wereld. Zo’n hond kom je maar 1 keer in je leven tegen. Daarom dit stuk.
En alsof het zo is voor Beertje staat Jaques Brel deze week in de top 2000 met ‘ne me quitte pas’: http://www.youtube.com/watch?v=za_6A0XnMyw
