SLAMersfoort 2009 # 5 – het verslag van Gerben de Ruiter

Het is vrijdag, het is dichtersavond in Amersfoort. Gijs heet ons allen welkom onder de paraplu van Borra. Het dondert, en niet zo zuinig ook. De bliksem raakt de Lange Jan, zo hoor ik de volgende ochtend,  en sirenes krijsen door de stad.  Dat het binnen ook zo tekeer gaat, dat zullen we weten! Er zijn er maar drie. Het is een schande. Op dit mooie podium. Maarten wil het wel proberen. Maarten, al eens eerder op dit podium, maar hij heeft geen gedichten mee en kent zijn werk niet uit zijn hoofd. Een pen en een schrift maakt hem een dichter.  Er zijn er vier. Da’s genoeg, da’s prima. Maarten Schenk mag direct beginnen. Hij overdondert ons. Hij heeft een strakke blik, in de zaal en op de wereld waar hij maar geen onderdeel van uit wil maken. Hij trakteert ons op vers gebakken poëzie, en Borra ruikt naar sperma en spiegels. Gelukkig weet Maarten ons te vertellen dat spiegels te negeren zijn. Maar Maarten is dat zeer zeker niet. Het podium is nu voor een jonge vent. Met een muts op zijn kop, dat doen die jonge mannen nu eenmaal. Dat hou je niet tegen. Ook zijn poëzie houden wij niet tegen. Hij stroomt, hij rapt. Hij noemt het dan ook geen poëzie, maar spoken word en dat maakt precies het verschil. Dat het een muzikale jongen is spat van het podium; hij slaat met een prachtige dictie kraakheldere taal de zaal in. Geëngageerde jonge honden poëzie.  Kilo’s en meters liefde heeft hij over.  Zijn naam: Martijn Holtslag. Hou die in de gaten. Peter Knipmeijer. Een reus. Kleine taal, grote beelden.  Ruw, maar niet rauw. Kwetsbaar, maar niet fragiel. Een dichter, pur sang. Ik geniet, en vergeet aantekeningen te maken.  Hij raakt mij. Het lijkt mij geen makkelijke opdracht, na zo’n man het podium te beklimmen. Sander doet het, staat stevig  en mooi te performen.  Dat kan hij best.  Hij hangt wat in de clichés, dat is jammer, want hij kan goed schouwen, deze man, maar slaat daarmee zijn eigen ogen dicht. Hij zal authentieker moeten worden, om zich te kunnen meten aan grote namen. Hij heeft de ogen van een dichter, hij heeft het lef van een slammer, hij heeft een prachtige voordracht.  Ingrediënten genoeg, nu wel nog gaan dichten. Ergens tussen de dichters komt André van Egmond met zijn band.  Sufjan Stevens, noemt mijn naamgenoot uit het publiek hem. Hij doet mij denken aan Dylan, Springsteen, Bright Eyes. Maar vooral aan zichzelf, wat een man, wat een stem, wat een geweldige artiest. Ga hem eens zoeken op www.andrevanegmond.nl In omgekeerde volgorde zien we de mannen nogmaals langs schavot schuiven. We hangen niemand op, integendeel. De jury beraadt zich kort en krachtig, het is duidelijk: Martijn verrast, maar heeft nog een te prille kijk op de zaak. Hij wil veel te veel vertellen in een klein moment en slaat daarmee de plank mis. Hij kan wél een prachtige performance neerzetten die jonge hond. Sander, zoals genoemd, mist de eigenheid die nodig is om een slam te winnen of om van poëzie te mogen spreken.  Maar ook hij is een winnaar in de dop, let maar op. ? Twee blijven over voor de finale. En voor het eerst in Borra een ware battle!En wat voor één.  Het hield het midden tussen stand up comedy en poetryslam. Een finale vol god, sperma en mosselvocht. Stand up poetry, noemt Ineke het later. Maarten, de verrassing van de avond, brengt snelle, spannende zinnen. Slaat het hoofd van zijn opponent. Maar Peter duikt, ontwijkt en slaat Maarten met pure poëzie van de bovenste Slam plank van het podium. Hij wint en weet zich op de lijst te zetten van de nu al legendarische jaarfinale in december.  Zijn toegift toont zijn kunstenaarschap :Poëzie. © Gerben de Ruiter

Geef een reactie