Ja lieve lezers,
In de traditie van Gijs, Marc Tiefenthal bij wie ik laatst op Vers Geschild in Antwerpen mocht vertoeven, Pietersz en Alexandra, heeft nu ook Reinier de Rooie een mooi werk afgeleverd over Bart FM Droog. Wie volgt? Enige criteria: dis Bart FM Droog.
HOMMAGE V
voor Bart nog wat Droog
dat ik grijs grimeer op het geharnast gelaat
van de gratis gluipende dwarsfluit die
graag gesticuleert in het luchtledig:
het zij zo!
maar dat ik blauw word van vervangen
dat ik rood word van purper
of het daglicht nauwelijks aanschouw
dan het blok in mijn hoofd
is een spiegel die grijnst
laat nu dat laatste crescendo
kom met een pijp van tabak
want hoe of het is of ook anders
een journalist zit Droog in het pak
[n.a.v. een impressie]
© Reinier de Rooie
Onze Bekomst
Wie of wat slaat
hier en daar roemloos
de bodem onderuit?
Zullen we dan gedwee
dit spijkerschrift
in ons laten drijven?
Met voeten treden we
per stap minder wijs
in het zand vooruit
Weg spijker, weg schrift,
en stampen onmerkbaar
tot de droogkorst barst
© Marc Tiefenthal
BLUTKÖRPERCHENKONZENTRAAT
Mompelmund,
ewiges ding du,
meine versaute duese,
im bad immerdar.
Ich kleinigkeit, blute,
bei Babylon’s tuermen.
Mompelmund du,
verehrt in einsamer nacht,
zwischen rattern und bluten,
ach so leicht abgetrieben.
Ich blute zwischen mauern
Mompelmund du,
ein haus ohne türen.
(c) pietersz van calumburgh
De droogte voorbij
Er zwerft een veenlijk door het huis
het sterft per dag een wisse dood
stoot her en der op weg daarheen
puur en alleen uit klamme angst
aan elke steen zijn ellebogen
tot een brei van bont en blauw
ontmenselijkte huid
Het moet er immers uit
het borrelt binnen
alsof de stront nog net zo hoog zit
als toen hij nog bij zinnen was
elk woord een lauwe slappe hap
van rotte pap, alsof een kind
je onderkotst
Het klotst, hij stuipt
terwijl de oeverloze shit
in klodders van zijn kin afdruipt
heeft nog geen weet dat dit het was
dat al zijn zin voor zover al ooit bestaan
daar zal vergaan, dat stinkend huis
dat hevig staat te epibreren
van het dansen van de ratten
en het knagen van de luis
in de pels van poëzie
De pest breekt uit, de tering laait
het dak stort in, de zeisman maait
hij bidt een allerlaatste keer zijn eigen
Godvergeten naam, kwijnt ineen
lost dan op van teen tot top
en kijkt er naar
de uit-ge-DROOG-DE-IDIOOT
lacht zijn laatste tandje bloot
voordat zijn dode loden kop
in de vergetelheid verdwijnt
© Gijs ter Haar
In excelsis antitheo
Verdom me, Torquemada, helleveeg
het dek aan met mijn bezem, want de rattenverlieten uw verzonken Ark en brachten
gezamenlijk een zondevloed teweeg
en ja, het is gegeven, ik beken
dat ik een dochter van Azazel ben
mijn tong dient slechts de blasfemie, maar leeg
mijn heidenhoofd van kwalijke gedachten
dan kan ik uw kwaadwillendheid bevatten
die ik vermoedde en nog nooit verzweeg
ik wed dat als u mij zult laten branden
u dit uit gulle naastenliefde doet
dus reinigt u gerust de vuile handen
in as van ‘t kwaad en zuiver kettersbloed
doch handelt u conform mijn laatste wens
bekrachtig, eer ik voor mijn zonden boet
de grondslag voor ontaarding van de mens
want ‘god’, uw vuist voelt hemeltergend ‘goed’.
© Alexandra van de Pol