Maar we leefden

we kochten ‘t geluk
in de grootste tassen
betaalden de rekeningen
zaten op eendere stoelen en keken
zwijgend naar andere tafels

we leefden dat we wakker waren
zoals je doet met open ogen
we deelden een bed, we noemden een kind
we keken reclame, we namen
geen dag meer terzijde

alles geregeld, gedaan en gezegd
maar in de hoeken stapelde zich
langzaamaan wat was tot niets
stierf in gebed een laatste trotse falen
de grond te broos om te begaan